Namasté

Hoewel ik yogales geef, zeg ik zelden of nooit Namasté. Want ik voelde me er in België niet op mijn gemak mee. In Nepal wel, of in India, toen ik er rondreisde voor mijn werk. “Namasté”, naar al die prachtige kindjes langs mijn wandelweg. Zij roepen het, met glundertoeten, en ik schal blij en ongecompliceerd terug.

Ach, Namasté, het hoort zo echt niet bij onze cultuur, maar het is wel onverbrekelijk verbonden met yoga. Dus zeg ik bij elke lesopening: “We begroeten onszelf en mekaar.” Compleet met Anjali Mudra, dat mooie gebaar, waarbij je de handpalmen bij elkaar voor je borstbeen brengt en het hoofd buigt in begroeting en respect voor de ander. Dat was er thuis en op school al ingebakken, al droeg het niet die naam.
Binnenin mezelf denk ik dan soms helemaal niks, of soms “ik groet de boeddha in jou, en in mij”, of “ik groet het beste, het mooiste in jou, en mij”.
Maar is het alleen dat? Of groet ik de echte jij? De hele jij? Hoger zelf én Lager zelf? Ook in mij? Ja, zeker wel. Ik groet het geheel. Ik erken dat er een boeddha schuilt in jou, in mij, in ieder van ons, die essentie, die bezieling, die mogelijkheid. Naast of onder ook nog heel wat andere aspecten.
In de Brennanschool luidde het steevast: “Consider the possibility…”. En dat doe ik dus, ik overweeg de mogelijkheid dat wij een kostbare ongeschonden kern hebben, al is die meestal wat versluierd. Of die kern er altijd is en we alleen de weg vrij te maken hebben, of dat we haar te ontwikkelen hebben, dat weet ik niet precies. Een beetje van allebei wellicht?
En daarom doe ik Yoga én Core. Het trainen van vaardigheden en expansie, én het wegwerken van beperkingen en spanningen.

Healing & harmonie

Healing is voor mij op weg gaan naar harmonie, in mezelf en met mijn omgeving. Tot zover de theorie.
En vannacht droomde ik levensecht hoe belangrijk het is dat mijn fysieke lichaam en mijn energetische lichamen hetzelfde doel voor ogen hebben, aan 1 zeel trekken. Fysiek, mentaal, emotioneel, intentioneel, spiritueel in balans. Hoofd en hart en lijf op 1 lijn gebracht, alle neuzen in dezelfde richting. Heerlijk was het, een rijkelijk ontspannen gevoel.

Maar nu ben ik wakker, en die ontspanning blijkt helaas net buiten mijn bereik te liggen. Er is wel degelijk spanning in mijn lijf. Dat is best vermoeiend. Dat kan zelfs pijnlijk worden.
Ik weet toch wat ik wil, “Dit”, duidelijk. Punt uit.
Maar …eigenlijk ook …”Dat”? Al is het soms oh zo vluchtig, als een zilvervisje, eventjes te zien en floep weer weg. Je moet het al bijna met zijn tweeën gezien hebben om zeker te zijn dat het er was.
“Dit” willen is mijn bewuste keuze, “Dat” willen is een glibberige insluiper die mijn beste bedoelingen ondermijnt, een saboteur die goed gedijt in de schaduw. Maar soms ook een redder in vermomming blijkt.

Inmiddels ben ik er op getraind om mijn “Dat”jes op het spoor te komen. En dan niet om ze vakkundig de mond te snoeren of genadeloos te verbannen naar de onderwereld, maar om ze ernstig te nemen en eens aandachtig te luisteren naar wat ze me te vertellen hebben. Heel deugdelijk: vandaag is “Dat” urenlang in mijn pyjama blijven lopen en slechts heel sumier een paar “Dit” klusjes doen. De rest van “Dit” mag doorgeschoven worden naar maandag. Ik verklaar mijn zevende dag weer heilig.