Verslaafd ?

Op een dag erken je dat je een verslaving hebt. En het moment komt dat je er ook iets aan wil doen. Al snel ervaar je dan dat je wil en tegelijk dat je niet wil. Dat lijkt raadselachtig en onoplosbaar, een gebrek aan wilskracht, maar dat is echt te kort door de bocht.

Gewoonten en beelden zinken naar het onderbewuste, en sturen van daaruit ons gedrag. Daarom is het zo lastig ze te veranderen. Misschien ontken je dat je een probleem hebt,  maar je zal er altijd naar verlangen die gespletenheid in jezelf te helen.

Healings brengen onbewust materiaal naar de oppervlakte waardoor je meer greep krijgt op je gedrag en nieuwe keuzes kunt maken. Bijvoorbeeld voor een rookvrij bestaan, of voor een helder en fris hoofd, een eerlijke relatie, met plezier en zonder slachtoffer-gevoel. Healings zullen het ganse ontwenningsproces versnellen, verdiepen en vervolledigen. Ze zijn perfect combineerbaar met andere modaliteiten als AA. Ex-verslaving hoeft geen levenslange gevoeligheid te blijven.

Je kan hier terecht voor inzicht in en het oplossen van tal van verslavingspatronen, van roken, drinken, gamen tot jezelf klein houden en ruzie zoeken.

Zelf ben ik jarenlang een verstokte roker geweest, maar nu al 9 jaar een gelukkige niet-roker.  Dus weet ik hoe het voelt om die weg te gaan. En ik heb er mijn eindwerk over geschreven : “Free from addiction -get addicted to freedom.”  (lees op pagina 15). Het idee is dat kritiek, minachting, en verontwaardiging niet helpen. Daardoor voel je je alleen maar slechter en dus nog meer verslaafd. De combinatie van counselling en lichaamswerk werkt wel, ook op lange termijn. Hands-on healing is daarbij geen knuffel, maar het geeft diepe voldoening, alsof iemand je steunt van binnen uit. De “zwarte gaten” in je psyche geraken gevuld en verliezen hun fatale aantrekking.

 

“Come, come, whoever you are.
Wanderer, worshipper, lover of leaving, it doesn’t matter
Ours is not a caravan of despair.
Come even if you have broken your vow a thousand times,
Come, yet again, come, come.”

As quoted in Rumi and His Sufi Path of Love, by Faith Citlak and Huseyin Bingul